Eind oktober verzamelen duizenden designers, architecten en geïnteresseerden zich in Eindhoven voor Dutch Design Week. Het is uitgegroeid tot een vast ritueel—iets wat Nederland bijna automatisch doet, zoals tulpen kweken of tegen regen klagen. Maar nu 2026 nadert, moeten we ons afvragen: wat doen we hier eigenlijk nog mee?
Ik bedoel dat niet cynisch. DDW is een fantastisch festival. De energie is echt, de innovatie voelbaar, de ontmoetingen waardevol. Maar we zijn voorbijgegaan aan iets belangrijks: het moment waarop DDW van randgebeuren naar mainstream ging. En jawel, dat is mooi. Maar het stelt ook vragen.
Tien jaar geleden voelde DDW als een geheim dat designers met elkaar deelden. Nu is het een mega-event met sponsorships van multinationals en architectuur-influencers die hun volgers meenemen op selfie-tours. Dat is niet echt een probleem—massificatie is de prijs van succes. Maar het betekent wél dat we voorzichtiger moeten zijn met wat we vieren.
Want hier zit het kernprobleem: veel van wat op Dutch Design Week wordt gepresenteerd is prachtig, ja. Maar is het ook relevant? Of vieren we vooral onszelf—een Nederlandse designelite die elkaar toejuicht terwijl de wereld om ons heen verandert?
Ik hoop dat het festival dit jaar braver is. Nee, verkeerd woord. Ik hoop dat het radicaler is. Ik wil designers zien die niet de veilige keuze maken. Niet nog een stoel van afvalhout, hoe mooi ook. Niet nog een installatie over 'duurzaamheid'—het meest uitgeknepen buzzwoord van de 2020s.
Ik wil ontwerpers zien die zich tegen hun eigen industrieën keren. Graphic designers die zeggen dat veel van hun werk waardeloos is. Architecten die durven te stellen dat minimalisme eigenlijk beperking is. Productontwerpers die bekennen dat 'duurzaam ontwerpen' soms beter zou zijn als we gewoon... minder ontwerpen.
2026 voelt als een moment waarop we echt moeten kiezen. Design kan nog steeds een hulpmiddel zijn voor échte verandering—niet alleen esthetische verandering. We kunnen ontwerpen voor kostbare problemen: hoe maak je iets waar mensen echt beter van worden? Niet groter, niet slimmer, niet 'innovatiever'—beter.
Dat soort werk zie je wel tijdens DDW, maar het wordt niet gefeest. Het zit niet in de glamoureuze designhotels. Het staat niet op de Instagram-feeds van de grote spelers. Het is er, maar onderdrukt door het geluid van design als merk.
Dutch Design Week 2026 zal weer fantastisch zijn. Er zullen mooie dingen te zien zijn. En ja, je moet er absoluut heen als je design serieus neemt. Maar ga er niet naartoe om inspiratie op te snuiven en je goed te voelen over Nederlands design. Ga ernaartoe om jezelf af te vragen: wat hier doet er werkelijk toe?
Want dat is wat we missen. Niet meer inspiratie, niet meer innovatie, niet meer connectivity. We missen kritiek. We missen de moed om te zeggen: dit ontwerp is mooi, maar stom. Deze tentoonstelling is interessant, maar betekent niets. Dit festival is geweldig, maar we vieren de verkeerde dingen.
Dus ja, Dutch Design Week 2026. Ik kijk ernaar uit. Maar niet om me eraan over te geven—om ervan wakker te schrikken.
Lees meer tips en trends op het sfeer.nu blog, of doe de sfeer-quiz.